Woordenlijst
Woordenlijst.
De woorden die je in Scotis tegenkomt, kort en in gewone taal. Dezelfde lijst staat in de app.
- Netto vermogen
- Alles wat je bezit (beleggingen, spaargeld, woning, overige bezittingen) min alles wat je schuldig bent (hypotheek, leningen).
- Overwaarde
- De waarde van je woning min de hypotheek die er nog op staat.
- Box 3
- Het deel van de inkomstenbelasting over sparen en beleggen. Je betaalt over een fictief (forfaitair) rendement, niet over wat je echt verdiende.
- Heffingsvrij vermogen
- Het bedrag waarover je in box 3 geen belasting betaalt. In 2026 € 59.357 per persoon, € 118.714 met fiscaal partner.
- Forfaitair rendement
- Het rendement dat de Belastingdienst aanneemt, per soort bezitting een vast percentage (bijvoorbeeld 6% voor beleggingen).
- Tegenbewijs
- Was je echte rendement lager dan het forfaitaire? Dan kun je dat aantonen en betaal je over je echte rendement.
- ETF
- Een beleggingsfonds dat op de beurs wordt verhandeld en meestal een index volgt, zoals 'alle wereldaandelen'. Eén ETF bevat vaak honderden bedrijven.
- ETF-doorkijk
- Laat zien in welke bedrijven, landen en sectoren je via je ETF's eigenlijk belegt.
- Dividend
- Een deel van de winst dat een bedrijf uitkeert aan aandeelhouders.
- Rendement (TWR)
- Time-weighted return: hoe goed je beleggingen het deden, los van wanneer je geld bijstortte. Goed om te vergelijken met een index.
- Rendement (MWR)
- Money-weighted return: wat jouw euro's echt opleverden, inclusief het moment waarop je inlegde.
- Index
- Een mandje aandelen dat 'de markt' voorstelt, zoals de MSCI World of de AEX. Dient als maatstaf.
- Spreiding
- Je geld over veel bedrijven, landen en soorten bezittingen verdelen, zodat één tegenvaller minder pijn doet.
- Herbalanceren
- Terugbrengen van je verdeling naar de percentages die je zelf hebt gekozen, bijvoorbeeld 80% aandelen en 20% obligaties.
- Bruto en netto
- Bruto is voor belasting en premies, netto is wat je overhoudt.
- AOW
- Het basispensioen van de overheid vanaf de AOW-leeftijd. De hoogte hangt af van of je alleen woont of samen.
- Heffingskorting
- Een korting op de belasting die je moet betalen. Bij een laag inkomen kan die de hele belasting wegstrepen.
- Zvw-bijdrage
- De inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekeringswet, ongeveer 5% van je inkomen boven een grens.
- Annuïtaire hypotheek
- Een hypotheek waarbij je elke maand ongeveer hetzelfde betaalt; in het begin vooral rente, later vooral aflossing.
- Inflatie
- Prijsstijging: met dezelfde euro kun je later minder kopen.
- Reëel rendement
- Rendement min inflatie. Zo zie je wat je geld echt groeit, in euro's van nu.
- FIRE
- Financial Independence, Retire Early: zoveel vermogen opbouwen dat je niet meer hoeft te werken voor je uitgaven.
- 4%-regel
- Vuistregel: als je jaarlijks 4% van je vermogen opneemt, houd je het in historische scenario's meestal zo'n 30 jaar vol. Daarom: jaaruitgaven × 25.
- Scenario
- Een mogelijk verloop van de toekomst in een simulatie. Geen voorspelling: het laat zien wat er onder bepaalde aannames zou kunnen gebeuren.
- Koerssleutel
- Een gratis code van een koersaanbieder waarmee Scotis de actuele koersen van je beleggingen ophaalt.
- Sync
- Je gegevens versleuteld delen tussen je eigen apparaten of met je partner. De server ziet alleen onleesbare data.
- Herstelcode
- Een code die alleen op je apparaat wordt gemaakt. Ben je je wachtwoord kwijt, dan kies je hiermee een nieuw.
- Versleuteling (AES-256)
- Je gegevens worden onleesbaar gemaakt met een sleutel uit jouw wachtwoord. Zonder die sleutel is het onzin.